Hoogbegaafd

Doelgroep 
Tot de doelgroep van het beleid voor hoogbegaafde leerlingen verstaan wij die leerlingen waarbij door psycho-diagnostisch onderzoek een intelligentiequotiënt is vastgesteld dat hoger is dan 130. Bovendien moeten deze leerlingen eveneens beschikken over de persoonlijkheidseigenschappen motivatie en creativiteit.Tevens behoren tot deze doelgroep de leerlingen die volgens het in dit plan vastgelegde signalering- en diagnosticeringprotocol als zeer waarschijnlijk hoogbegaafd zijn geïdentificeerd maar waarbij geen intelligentieonderzoek is afgenomen.Tot de doelgroep behoren ook de hoogintelligente leerlingen (die leerlingen waarvan we op grond van hun leerprestaties kunnen vaststellen dat zij grote intellectuele capaciteiten hebben, maar waarbij de essentiële persoonlijkheidskenmerken motivatie en creativiteit zich niet als zodanig uiten). Een eerste selectie van herkenbare leereigenschappen van hoogbegaafde leerlingen laat zien dat wij ons richten op leerlingen die beschikken over:
•hoge intelligentie;
•grote interesse;
•grote algemene kennis;
•hoog leertempo;
•goed geheugen;
•snel leervermogen;
•creatief oplossingsgericht;
•verbaal sterk;
•eigen oplossingsstrategieën en minder gebruik maken van opgelegde strategieën.
 

In de benaderingswijze die ons voor ogen staat, is het van wezenlijk belang dat de capaciteiten die leerlingen hebben in overleg met hun ouders benoemd worden, zij het dat wij heel voorzichtig willen omgaan met het woord ‘hoogbegaafd’. Als het leerlingen in groep 1 en 2 betreft zullen wij consequent over een ontwikkelingsvoorsprong spreken. Daarmee voorkomen we dat kinderen te vroegtijdig gelabeld worden, de verwachtingen niet kunnen waarmaken en wij vervolgens problemen met kind en ouders krijgen omdat we te onvoorzichtig geweest zijn met het woord ‘hoogbegaafd’.
 
 

Signalering en diagnostiek 
Om de signalering en diagnostiek te stroomlijnen wordt volgens het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid (DHH) gewerkt. Dit protocol beschrijft de stappen van informatieverwerving ten behoeve van signalering en diagnostiek, verzorgt de interpretatie van gegevens en genereert een identificatieverslag over de leerling.
 
Signalering
Tijdens de fase van signalering gaat het om het opvangen en interpreteren van mogelijke aanwijzingen over de begaafdheid van een leerling. De instrumenten om alle gegevens te verzamelen en in kaart te brengen zijn opgenomen in module 1 van het DHH. Het gebruik van de instrumenten in module 1 (Signalering) neemt in totaal ongeveer 20 minuten in beslag en geeft een heldere eerste indruk weer van de informatie die we uit verschillende bronnen hebben verkregen. Denken we op grond van deze oppervlakkige gegevens nog steeds in de richting van begaafdheid dan volgt intern diagnostisch onderzoek. De groepsleerkracht is de eerst verantwoordelijke tijdens het proces van signalering.
 
Diagnostiek

Onder diagnostiek verstaan we het verder verzamelen van gegevens om uiteindelijk een conclusie te kunnen trekken over mogelijke (hoog)begaafdheid. Voor diagnostiek binnen de eigen school komen alle leerlingen in aanmerking waarvan op grond van bovenstaande signaleringsprocedure vermoed wordt dat deze hoogbegaafd kunnen zijn. Wij maken daarbij gebruik van module 2 uit het DHH. Bij de identificatie van hoogbegaafde leerlingen zijn binnen het team de betrokken groepsleerkracht en de IB-er betrokken, zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk.
 
 
Individuele leerlingbegeleiding
Onder individuele leerlingbegeleiding verstaan we alle handelingen die genomen worden in het kader van een handelingsplan voor de gediagnosticeerde hoogbegaafde leerlingen. Voor ondersteuning hierbij maken wij gebruik van module 3 van het DHH. Daarbij maken wij gebruik van een drie-periodenplan. De volgende aspecten komen daarbij aan de orde: evt. vervroegde doorstroming, didactische aandachtspunten (compacten en verrijken) en pedagogische aandachtspunten.
 
Vervroegde doorstroming
Vervroegde doorstroming kan gerealiseerd worden door een klas overslaan en door middel van compacting twee leerstofjaren in een schooljaar aan te bieden. Vervroegde doorstroming is een maatregel die wij slechts zullen toepassen als er geen andere opties meer zijn in de leerlingzorg om begeleiding van de leerling optimaal te houden. Vervroegde doorstroming is dus een maatregel die slechts bij hoge uitzondering genomen zal worden. Op grond van onze verantwoordelijkheid voor zowel een pedagogisch als onderwijskundig hoogstaande kwaliteit van leerlingzorg, stellen we daarbij dat een leerling in principe slechts eenmaal tijdens de basisschoolperiode vervroegd kan doorstromen.
 
Richtlijnen voor compacten
Onder compacten verstaan we het indikken van de leerstof zodanig dat de leerstappen passen bij de leereigenschappen van hoogbegaafde leerlingen. In de praktijk zien we dan dat naast de toetsen van ieder leerstofonderdeel, de basisstof gekozen wordt om een voldoende beheersingsniveau te bereiken. Door structureel te compacten worden er geen inhoudelijke leerstofdelen overgeslagen en weten we zeker dat iedere leerling alle leerstof aangeboden krijgt, zij het in een aangepaste hoeveelheid. In het reguliere compactingsprogramma voor hoogbegaafde leerlingen wordt altijd eerst de minimale hoeveelheid oefenstof aangeboden en wordt pas daarna getoetst d.m.v. de methodegebonden toets. Dit toetsmoment valt samen met het moment waarop alle leerlingen uit de groep deze toets maken. De vrijgekomen tijd tussen twee toetsmomenten kan gebruikt worden voor het verrijkingsaanbod. 
 

Richtlijnen voor verrijken
Onder verrijken verstaan we een wezenlijk ander leerstofaanbod dat enerzijds de mogelijkheid biedt om aangeboden leerstof verder uit te werken (verdiepen) en anderzijds de mogelijkheid biedt om een aanvullend programma op de kerndoelen te realiseren (verbreden). Verrijkingsstof kan zich zowel richten op het aanleren van nieuwe kennis als op het aanleren van (sociale) vaardigheden en emotionele weerbaarheid. Leerlingen die werken in de eerste leerlijn (er wordt 40% van de leerstof gecompact) zullen zoveel mogelijk een verdiepend verrijkingsaanbod krijgen. Leerlingen die in de tweede leerlijn (60% van de leerstof compacten) werken zullen naast dit verdiepende aanbod, daar waar mogelijk is ook een verbredend verrijkingsaanbod krijgen.
 

De begeleiding van leerlingen in groep 1-2
 

Aanpassingen in de reguliere stof  

Aanpassingen in het leerstofaanbod in groep 1 en 2 komen neer op het overslaan van opdrachten die de leerling met de ontwikkelingsvoorsprong al beheerst. Het is van belang dat de kleuter zoveel mogelijk werk- en spelopdrachten aangeboden krijgt op zijn niveau. In de onderbouw werken we heel erg situatie- en kindgericht. Dat wil zeggen dat we naar de ontwikkeling van het kind kijken, zijn belangstelling in kaart brengen en aan de hand daarvan kijken hoe we die ontwikkeling het beste kunnen begeleiden en stimuleren. Veel wordt daarom afhankelijk van de situatie besloten of geregeld. Wat het kind kiest of gaat doen, daaraan worden de opdrachten aangepast. Er is geen vast programma zoals in de groepen 3 t/m 8.
 
 
Pedagogische aandachtspunten 

Binnen het formulier voor het handelingsplan voor hoogbegaafde leerlingen dat wij gebruiken is speciale ruimte opgenomen om de pedagogische aandachtspunten die er voor de begeleiding van een leerling kunnen zijn vast te leggen. Onder pedagogische aandachtspunten verstaan we:
 
•Begeleiding bij werk- en leerstrategieën;
•Begeleiding bij onderpresteren;
•Begeleiding bij faalangst;
•Begeleiding indien de leerling sociaal minder goed functioneert;
•Begeleiding indien de leerling een negatief zelfbeeld dreigt te ontwikkelen.
 
 

Begeleiding van buiten de school
In alle gevallen waarbij in de fase van diagnostiek duidelijk is geworden dat de observaties van ouders en/of groepsleerkracht indiceren dat er reden tot zorg is en wij menen dat wij die zorg niet zelf kunnen bieden, geldt dat wij afhankelijk zijn van externe begeleiding. In die gevallen waarbij wij zelf specifieke pedagogische aandachtspunten hebben geformuleerd maar na een periode van drie maanden blijkt dat onze wijze van begeleiding geen gunstige invloed heeft op het welzijn van de leerling, zijn wij eveneens van externe hulp afhankelijk. Voor de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen met een eventuele leer- en/of gedragsstoornis (dyslexie, ADHD, syndroom van Asperger etc.) zullen wij net als bij alle andere leerlingen waarbij dat het geval is, terugvallen op de ondersteuning die door de schoolbegeleidingsdienst kan worden gegeven.
 

Evaluatie

Om de resultaten van ons handelen goed te kunnen volgen en beoordelen hebben wij ervoor gekozen om op drie niveaus de maatregelen voor een hoogbegaafde leerling te evalueren: met de teamleden, ouders en met de leerling zelf.